Hand-in-hand over straat?

Helft homo's: Ik durf niet hand-in-hand over straat

EenVandaag onderzocht in aanloop naar de Canal Parade hoe het gesteld is met de homo-acceptatie in Nederland. Van de 28.000 deelnemers vindt 67 procent dat het hiermee redelijk tot goed gesteld is; ruim een kwart (27%) zegt van niet. 

De 1.700 homo's die meededen aan het onderzoek zijn somberder gestemd: vier op de tien (39%) zeggen dat het slecht gesteld is met de homo-acceptatie in ons land en een meerderheid (55%) geeft aan zich in Nederland niet vrij te voelen om hand-in-hand over straat te lopen. 

'Negatief gedrag neemt niet af'
Bijna één op de vijf homoseksuele deelnemers geven aan afgelopen jaar negatief gedrag meegemaakt te hebben, alleen vanwege hun geaardheid. Dat gaat vaak om uitschelden en ook discriminatie / pesten op het werk wordt vaker genoemd. De grootste groep, vier op de tien (41%), hebben het idee dat het negatieve gedrag het afgelopen jaar is toegenomen. Nog eens 39 procent stelt dat het gelijk gebleven is en slechts 7 procent heeft het gevoel dat het afgenomen is. Veel deelnemers ervaren dat vooral veel aanhangers van de Islam moeite hebben met homoseksualiteit.  

Homo-acceptatie onder jongeren en scholieren stijgt
EenVandaag peilt sinds 2011, toen de verplichte voorlichting over homoseksualiteit op middelbare scholen werd aangekondigd, hoe het gesteld is met de acceptatie onder jongeren. In 2011 en 2013 vonden circa acht op de tien ondervraagde jongeren dat het goed gesteld was met de homo-acceptatie in Nederland, nu is dat licht gestegen 85 procent. 

Vooral op middelbare scholen is een positieve trend zichtbaar: waar in 2013 nog drie op de tien (31%) ondervraagde scholieren aangaven dat het klimaat op hun school homo-onvriendelijk was, is dat nu 21 procent. Wel is ook op middelbare scholen nog wat te winnen: van de homoseksuele scholieren geeft de helft (52%) aan dat het moeilijk is om op hun school 'uit de kast' te komen. Hoewel er positieve verhalen binnenkwamen op de redactie, lieten ook veel homoseksuele jongeren weten er geen goede ervaringen mee te hebben. 'Ik val op meiden en had het tegen mijn beste vriendin gezegd, die het doorvertelde aan de hele school. Toen begon het gepest. Ik voelde me zo verschrikkelijk eenzaam. Ik accepteerde mezelf niet en ik vond mezelf waardeloos', aldus een deelneemster.

EenVandaag peilt sinds 2011, toen de verplichte voorlichting over homoseksualiteit op middelbare scholen werd aangekondigd, hoe het gesteld is met de acceptatie onder jongeren. In 2011 en 2013 vonden circa acht op de tien ondervraagde jongeren dat het goed gesteld was met de homo-acceptatie in Nederland, nu is dat licht gestegen 85 procent. 

Vooral op middelbare scholen is een positieve trend zichtbaar: waar in 2013 nog drie op de tien (31%) ondervraagde scholieren aangaven dat het klimaat op hun school homo-onvriendelijk was, is dat nu 21 procent. Wel is ook op middelbare scholen nog wat te winnen: van de homoseksuele scholieren geeft de helft (52%) aan dat het moeilijk is om op hun school 'uit de kast' te komen. Hoewel er positieve verhalen binnenkwamen op de redactie, lieten ook veel homoseksuele jongeren weten er geen goede ervaringen mee te hebben.

Over dit onderzoek
Aan het onderzoek van het Opiniepanel deden 28.456 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek vond plaats van 26 maart tot en met 27 april 2015. In het onderzoek hebben 1.776 deelnemers aangegeven dat ze homoseksueel, lesbisch, bi-seksueel of transgender zijn. Na weging is het onderzoek representatief voor 6 variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2012.

Aan het onderzoek van het 1V Jongerenpanel deden 1.269 jongeren mee. Het onderzoek vond plaats van 23 juli tot en met 30 juli 2015. Van alle deelnemers zitten er 695 op de middelbare school. In het onderzoek hebben 354 jongeren aangegeven dat ze homoseksueel, lesbisch, bi-seksueel of transgender zijn. Na weging is het onderzoek respresentatief voor 3 variabelen, namelijk leeftijd, geslacht en spreiding over het land.