Gert Hekma

“Homoseksualiteit wordt in de samenleving te weinig serieus genomen, ook door homo’s zelf”

Vanuit het onderwijs moet een brede, fundamentele discussie beginnen over homoseksualiteit en andere vormen van seks, want mensen die niet voldoen aan de heteronorm zijn tweederangs burgers. Een medium dat de emancipatie van deze groepen serieus neemt, kan daarin een rol spelen, vindt Gert Hekma, emeritus docent Sex and Genderstudies aan de Universiteit van Amsterdam.

Hekma is wars van dogma’s en regels en relativeert graag. Dat doet hij ook met de vele termen die op voor uiteenlopende vormen van seksualiteit worden en werden gebruikt. “Het woord homoseksualiteit is bedacht door de Hongaarse journalist Karl-Maria Kertbeny in 1869”, vertelt de pas gepensioneerde docent. 

“Het is, net als zoveel termen op dit gebied, afkomstig uit het Grieks. Veel van die woorden zijn in onbruik geraakt, zoals homofiel en pederast. Ook sommige scheldwoorden, zoals bruinwerker, hoor je niet meer.” Dat kan snel gaan, zegt hij.

“De aanduiding LHBT, lesbisch, homo, biseksueel en transgender, was enkele jaren dé term. Maar dat is alweer uit, nu spreekt bijvoorbeeld het COC over ‘sexual orientation and gender identity’. Ik heb het zelf niet graag over identiteit, ik heb het liever over identificatie.”

En waar hij in dit interview vaak volstaat met te spreken over homo’s en homoseksualiteit, bedoelt hij ook andere seksuele groepen, die buiten de heteronorm vallen, zoals voyeurs, travestieten, bdsm-liefhebbers en ga zo maar door. Seksuele identificatie is, zeker voor jongeren, een groot probleem volgens Hekma. “Jongeren die misschien al rond hun tiende jaar weten dat ze homoseksueel zijn kunnen nergens heen. Ouders praten niet over seks. Homojongeren kunnen zich nergens mee identificeren, het duurt jaren voordat ze uit de kast kunnen komen, als dat al gebeurt.” Hekma signaleert wat dat betreft een verschil tussen bijvoorbeeld zwarten en homoseksuelen, lesbiennes, transgenders en andere seksuele groepen. “Als je bijvoorbeeld Surinamer bent, dan groei je op in een omgeving waarin een Surinaamse cultuur gewoon is. Je ruikt, ziet, hoort wat dat betekent. Dat hebben homojongeren niet.” Hij signaleert ook een verschil in maatschappelijke acceptatie, al wil hij discriminatie van onder andere zwarten zeker niet bagatelliseren. “Maar kijk eens naar bijvoorbeeld de voetbalwereld. Zwarte voetballers zijn daar nu niets bijzonders meer, ze zitten niet meer zoals vroeger aan een andere tafel dan witte spelers. Voor homoseksuelen geldt dat nog niet.”

Emancipatie
Er is dus zeker nog behoefte aan emancipatie van homoseksuelen, lesbiennes en andere seksuele minderheidsgroepen. “In onze maatschappij is heteroseksualiteit de norm. Wat daarvan afwijkt, vinden mensen vies, het hoort niet. Homo’s zijn tweederangs burgers. Naar aanleiding van dat incident in Arnhem, waar twee homomannen in elkaar zijn geslagen, ging onder andere D66-leider Pechtold de straat op. Een tamelijk loos gebaar, want je hoort niets meer over die zaak. Homoseksualiteit wordt in de samenleving te weinig serieus genomen, ook door homo’s zelf trouwens. Die blijven vaak oppervlakkig, trekken het in de sfeer van Goor en Geer. Maar de maatschappij heeft een fundamenteel probleem met afwijkende vormen van seksualiteit. Dat uit zich in zaken als discriminatie en geweld tegen homo’s. We moeten daarover een brede discussie starten, te beginnen in het onderwijs. Jongeren weten weinig over seks en kunnen zich bijvoorbeeld niet voorstellen dat een heterojongen seks met een homo heeft.”

“Een serieus medium is belangrijk voor goede informatieverstrekking. Dat kan een rol spelen in de emancipatie en acceptatie van homo’s”, zegt Hekma. “Een blad zoals het Franse Gai Pied, met een tekst van Michel Foucault in het nulnummer”, voegt hij eraan toe. Het initiatief om Gaykrant nieuw leven in te blazen, vindt hij interessant, al was de oprichter van de oorspronkelijke Gaykrant , Henk Krol, geen vriend van hem. “Hij trok homoseksualiteit toch ook een beetje in de gezellige sfeer en Krol werd vroeger al als een oplichter gezien omdat hij adverteerders en journalisten benadeelde. Ik mocht van hem niet zeggen dat hij rechts is.”

Vertrutting
Het maatschappelijke klimaat is de afgelopen jaren duidelijk veranderd, stelt Hekma. “Door de grote opstand tegen autoriteiten in de jaren ’60 werden homo’s niet meer gezien als ziek, misdadig of zondig. Er was in een stad als Amsterdam ook een homoseksuele straatcultuur, jongens en mannen konden cruisen, er waren leerfeesten waar mannen in vol ornaat gekleed naartoe gingen. Dat durven mensen niet meer nu, men kleedt zich ook minder uitdagend vanwege de risico’s die je loopt. Of bijvoorbeeld geweld tegen homo’s echt is toegenomen, weten we niet goed, er zijn geen betrouwbare cijfers. Maar ik vind zeker dat er sprake is van een vertrutting in de maatschappij.

“Die vertrutting uit zich ook in een overbescherming van kinderen, onder andere tegen seks. Jongeren willen seksualiteit verkennen, maar krijgen daar de ruimte niet voor. Een kind van 12 kan wel over euthanasie beslissen, maar tot 16 jaar mag je geen seks hebben. Seks is een probleem en mensen zitten vol vooroordelen over alle variante vormen zoals BDSM. Ik vind dat de seksuele coming out voor iedereen gelijk zou moeten zijn. Het patroon van het gezin van man, vrouw, kinderen zou ik willen doorbreken. Het is goed dat homo’s en lesbiennes nu kunnen trouwen, maar waarom kun je niet met meer mensen tegelijk getrouwd zijn? Zelf ben ik in 2007 getrouwd met mijn vriend, om pensioen en bezit te regelen. Mijn man heeft ook nog een vriendje, hoe kan hij hem iets laten erven? Het is mooi dat homostellen een kind kunnen adopteren, maar waarom is adoptie van iemand boven de 18, zodat je die bijvoorbeeld iets kan nalaten, niet mogelijk? Homo’s moeten van horizontale relaties, vriendschappen van gelijke leeftijd, naar verticale tussen generaties.”

Hij is blij met het SIRE-spotje over jongens die jongens moeten kunnen zijn en met  de aandacht voor genderneutrale aanspreekvormen. “Dat spotje gaat uit van een bepaald beeld van jongens en meisjes, dat mag wel wat ruimer. Maar ik vind het wel goed dat het oproept om jongens wat meer schelm te laten zijn. Er is bij dat soort gedrag veel te snel de neiging om meer controle te willen of de politie erop af te sturen. Onzin.” De neutrale aanspreekvormen die onder meer de gemeente Amsterdam en de Nederlandse Spoorwegen propageren, kunnen ook op zijn instemming rekenen. “Geen ‘geachte dames en heren’ meer, want dat kan mensen ergeren. Aanspreekvormen zoals ‘beste aanwezigen’ of ‘beste reizigers’ zijn dan beter.” Hekma relativeert dat meteen. “Als je het over homo’s hebt, dan voelen lesbiennes zich buitengesloten. Ach, al dat gedoe met benamingen, ik vind het vaak nogal fundamentalistisch / dogmatisch. En jammer dat het nooit gaat over andere vormen van seksualiteit die als pervers worden gezien. We zouden het sowieso veel meer serieus over seks moeten hebben.”

Door: Bas Nieuwenhuijsen 14 AUGUSTUS 2017 degaykrant.nl