Jongeren en seksuele oriëntatie.

Ervaringen van en opvattingen over lesbische, homoseksuele, biseksuele en heteroseksuele jongeren.

  • In 2006 was 18% van de jongvolwassenen (16-25 jaar) negatief over homo- en biseksualiteit. Nu is dat gedaald tot 6%. Ook scholieren (11-16 jaar) denken anno 2013 positiever over homo- en biseksualiteit dan in 2009. 11% van de jongvolwassenen staat negatief ten opzichte van transgenders.
  • Lesbische, homoseksuele en biseksuele (LHB) jongeren ervaren op veel terreinen wel fors meer problemen dan heteroseksuele jongeren: zij hebben een minder goede relatie met hun ouders, spijbelen vaker, gebruiken meer middelen, zoals sigaretten of drugs, en rapporteren meer psychische problemen en suïcidepogingen.
  • Veel LHB-jongvolwassenen zijn open over hun oriëntatie. Hun naaste omgeving reageert bijna altijd positief op hun coming-out. Bij 22% van de LHB-jongvolwassenen is niemand op de hoogte.
  • Toch heeft 40% van de LHB-jongeren te maken met negatieve reacties op hun seksuele oriëntatie en pestgedrag. Dit heeft een negatieve relatie met psychosomatische, emotionele en gedragsproblemen.

Dit blijkt uit de SCP-publicatie Seksuele Oriëntatie en Jongeren die op 16 januari 2015 is verscenen. Dr. Lisette Kuyper schreef dit rapport op verzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), verantwoordelijk voor het beleid op het gebied van emancipatie. Het rapport is gebaseerd op verschillende representatieve en grootschalige onderzoeken naar twee groepen jongeren: scholieren (11-16 jaar; basisonderwijs en voortgezet onderwijs) en jongvolwassenen (16-25 jaar).

Houding jongeren positiever geworden.

Van 67% van de scholieren in het basisonderwijs (bo) en 76% in het voortgezet onderwijs (vo) mogen homoseksuele en lesbische scholieren hun vrienden zijn. Daarentegen vindt 36% van de bo- en 34% van de vo-scholieren het vies als twee jongens zoenen. De opvattingen zijn nu positiever dan de opvattingen in 2009.

Jongvolwassenen denken positief over homo- en biseksualiteit. Slechts 6% staat hier negatief tegenover. In 2006 was dat nog 18%. Er zijn wel verschillen in opvattingen over bepaalde zaken. Zo vindt 6% dat het huwelijk voor paren van gelijk geslacht dient te worden afgeschaft, maar 33% vindt het aanstootgevend als twee mannen in het openbaar zoenen. Dit laatste percentage ligt op 12% beduidend lager als het om een man en een vrouw gaat.

Ongeveer één op de tien jongvolwassenen heeft een negatieve houding ten opzichte van transgenders. Ook hier verschilt de houding tussen onderwerpen. Slechts 4% zou een vriendschap verbreken met een vriend die in transitie gaat, maar 53% vindt dat transgenders zelf de operaties moeten betalen en 59% wil bij een ontmoeting weten of iemand een man of een vrouw is.

Lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren veel problemen

Er zijn grote verschillen in leefsituatie, leefstijl en welzijn tussen LHB- en heteroseksuele jongeren en die verschillen pakken negatief uit voor LHB-jongeren. Voorbeelden voor LHB-scholieren: het percentage spijbelaars ligt ruim twee keer zo hoog (21% vs. 9%), het percentage rokers ligt zes keer zo hoog (18% vs. 3%) en het percentage LHB-scholieren met emotionele problemen ligt ruim twee keer zo hoog (44% vs. 18%). Voorbeelden voor jongvolwassenen: het percentage rokers ligt ruim anderhalf keer zo hoog (24% vs. 14%), het percentage dat drugs heeft gebruikt ligt anderhalf keer zo hoog (32% vs. 19%) en het percentage LHB-jongvolwassenen dat wel eens een suïcide poging heeft gedaan ligt bijna vijf keer zo hoog (9% vs. 2%).

Positieve reacties op coming-out

Bij 22% van de LHB-jongvolwassenen is niemand van hun gevoelens op de hoogte. Vaak weten ze nog niet zeker of ze lesbisch, homo- of biseksueel zijn (50%) of vinden ze dat niet belangrijk voor anderen (23%). De overige 80% heeft wel iemand in de omgeving die het weet. Ouders en de beste vriend(in) zijn vaak op de hoogte (77% beste vrienden, 71% moeders en 67% vaders). Bij 44% weten de meeste of alle klasgenoten ‘het’. Dat percentage ligt op 41% voor collega’s en 34% voor medesporters. De reacties op de coming-out van al deze mensen is bijna altijd positief. Zo reageert 86% van de moeders goed en 4% slecht op de coming-out. Voor de beste vrienden liggen deze percentages op 96% en 0%.

Negatieve reacties veelvuldig gerapporteerd

De positieve reacties van bekenden staan in contrast met de negatieve reacties die LHB-jongvolwassenen in het dagelijks leven meemaken. Vier op de tien lesbische, homo- en biseksuele jongvolwassenen heeft een negatieve reactie gehad in het afgelopen jaar. Veelal was deze reactie afkomstig van onbekenden (31%). Het gaat voornamelijk om vervelende vragen (26%) en grappen (23%), maar ook om uitschelden (12%) of bedreigingen (5%). LHB-jongvolwassenen die ervaring hebben met negatieve reacties, rapporteren meer psychische problemen.

LHB-scholieren worden gemiddeld vaker gepest. Het percentage scholieren dat wekelijks wordt gepest, ligt met 16% vier keer zo hoog als onder heteroseksuele leerlingen (4%). De verhoogde niveaus van pesten onder LHB-scholieren verklaren deels waarom ze meer psychosomatische, emotionele en gedragsproblemen hebben.

teksten: 

http://www.platform-keelbos.org/modules/file/icons/application-pdf.png Jongeren en seksuele oriëntatie.pdf

http://www.platform-keelbos.org/modules/file/icons/application-pdf.png Bijlagen_Jongeren en seksuele oriëntatie.pdf